Afleggen

 

Net als stekken, delen en marcotteren is afleggen een vorm van vegetatieve vermenigvuldiging van planten. Je bent ervan verzekerd dat de nieuwe planten exact dezelfde eigenschappen hebben als de moederplant. Eigenlijk is het een vorm van klonen!

 

Het afleggen van planten is een van de eenvoudigste manieren van vegetatief vermeerderen. In feite leg je een scheut of twijg zo op de grond neer dat hij wortel schiet. Deze manier wordt daarom vaak toegepast bij soorten die moeilijk of niet te stekken zijn. Het levert uiteraard geen grote aantallen nieuwe planten op, zoals bij zaaien of stekken, maar de nieuwe exemplaren bezitten wel alle (soms waardevolle) eigenschappen van de moerplant.

 

Deze methode is dan ook zeer geschik voor verjonging van magnolia's, rododendrons, hortensia's, blauweregen, kamperfoelie, buxus, sommige coniferen, winterjasmijn, rozen en andere struiken. Ook kruidachtige planten kunnen worden afgelegd.

De beste tijd van afleggen hangt af van de soort. Magnolia wordt pas in augustus afgelegd, terwijl dit in het voorjaar reeds gebeurt bij horizontaal groeiende conifeertjes. Als je het niet weet, leg dan af in het voorjaar, wanneer de groeikracht van de plant het grootst is.

 

Veranker de af te leggen takken of twijgen op de bodem door middel van een steen of stevige kram. Of bind het uiteinde van de tak aan een stokje en stort een bergje aarde over een gedeelte van de twijg.

 

Het kan een aantal maanden of zelfs een jaar duren, maar na verloop van tijd zullen op het ingegraven stuk twijg uitlopers ontstaan. Wanneer je vindt dat het nieuwe plantje groot genoeg is, snijd je het los van de moederplant en laat het in een pot verder groeien. Als de worteltjes uit de pot beginnen te groeien kan de plant naar zijn definitieve plek.