Slakken

 

Slijmsporen in de tuin en gaten in de bladeren van planten duiden op de aanwezigheid van slakken. Deze schatjes zijn niet zo populair bij tuiniers. Echter, de meeste vergrijpen zich niet aan onze tuinplanten maar voeden zich met afgevallen bladeren, schimmels en algen. Hiermee dragen ze bij aan het composteringsproces. Ze zijn ook voedselbron voor vogels, kikkers en egels. Onderscheid de slechterikken van de goeierds met behulp van onderstaand overzicht van de in Nederland meest voorkomende soorten. Je kunt je tuin minder aantrekkelijk maken voor slakken of ze, als dat niet lukt, bestrijden (zie verderop op deze pagina).

 

 

Wijngaardslak (Helix pomatia)
Spreekt wel het meest tot de voorbeelding, vooral door zijn formaat. Komt in Nederland voor in Limburg en in kalkrijke duingebieden. Is in Nederland beschermd! Huisje: 45 mm.

 

 

Segrijnslak (Helix aspersa)
Lust alles, vooral jonge tuinplanten. Dus het beste advies: opeten! Lekker met knoflookboter erbij. Met zijn flinke formaat heb je al snel een maaltje bij elkaar. Huisje 35 mm.

 

 

Gewone tuinslak (Cepaea nemoralis)
Deze kent iedereen, met zijn ongewoon aantal kleurvariaties: wit, geel, roze, licht-, olijf of donkerbruin en al dan niet met één tot vijf donkere horizontale bonden. De mondrand van het huisje is altijd zwartbruin. Leeft vooral van afval en algen. Huisje: 25 mm.

 

 

Witgerande tuinslak (Cepaea hortensis)
Iets kleiner dan de vorige en het huisje heeft een witte rand langs de mondopening. Leeft vooral van afval en algen. Huisje: 20 mm.

 

 

Heesterslak (Arianta arbustorum)
Lijkt ook op de tuinslak, maar is vaak donkerder met een spikkeltjespatroon. Leeft vooral van afval en algen. Huisje: 22 mm.

Boerenknoopje (Discus rontundatus)
Een stuk kleiner dan de andere soorten en leeft van allerlei plantaardig materiaal en schimmels en zelfs oud papier wordt verwerkt tot compost. Een echte vuilnisslak! Huisje: 6 mm.

Doorschijnende glasslak (Vitrina pellucida)
Deze slakken kunnen tot in de winter nog actief worden aangetroffen omdat ze pas in de herfst paren. Maar strenge vorst overleven ze niet. Huisje: 6 mm.

Gewone wegslak (Arion rufus)
Geelblruin, roodbruin of pikwzwart. Komen vooral na een regenbui tevoorschijn. De ademopening van deze soort zit, in tegenstelling tot die van de aardslakken, links boven het midden van het mantelschild. Is een gulzige eter en heeft een voorkeur voor onze liefste tuinplanten! Langte tot 15 cm.

Lichte aardslak (Limax flavus)
Neemt sterk in aantal af omdat er nog maar weinig kelders zijn met aardappelen en wintergroenten. Is verzot op bier. Is minder schadelijk dan de andere naaktslakken. Lengte: tot 8 cm.

Grote aardslak (Limax maximus)
Grijzig of lichtbruin met opvallend vlekkenpatroen dat per slak verschilt, maar dat ook afwezig kan zijn. Is een grage eter. Lengte: tot 20 cm.

Wormnaaktslak (Boettgerilla pallens)
Volledig uitgestrekt is hij 5 cm. lang en maar een maar milimeter dik. Hij lijkt dan erg veel op een worm. Ook deze is niet zo erg schadelijk.

 

Ontmoedigingsbeleid

 

Slakken kunnen zeer slecht tegen de zon, dus zijn ze vooral 's avonds en 's nachts actief. Overdag tijdens en na regenbuien komen ze ook te voorschijn.

 

Slakken kun je op verschillende manieren ontmoedigen. Hieronder krijg je een overzicht waaruit je naar eigen voorkeur kunt kiezen.

 

Wees er vroeg bij

In april leggen de meeste slakken eieren: minstens 400 stuks. Drie weken later komen ze uit. De jongen zijn na twee maanden al volwassen. Het is dus belangrijk om reeds vroeg in het voorjaar het aantal slakken terug te brengen en zo later in het jaar slakkenplagen te voorkomen.

 

Lok ze niet met lekkere hapjes

Hosta, Iberis, Tagetes, Zinnia, Ligularia, coniferen en alle slasoorten kun je beter vermijden.

Maak geen plekken waar slakken graag komen

1. Voorkom dat hoog gras of onkruid in vergeten hoekjes blijft staan.
2. Laat geen bladhopen of bladafval in de tuin liggen.
3. Mulch niet met grove materialen als boombastsnippers.
4. Beperk van grote, grove kluiten waar slakken zich overdag onder verbergen.
5. Plaats de composthoop niet te dicht bij een zaaiperk.
6. Vocht en vijvers trekken slakken aan maar ook de roofdieren die op hen jagen.
7. Het kan gebeuren dat slakken in de zijwanden van composthopen hun eieren afzetten. Als je deze compost over je tuin uitspreidt is een ware slakkenplaag geboren.

 

Creëer onaangename plaatsen

Scherpe, droge voorwerpen kunnen de slakken kwetsen en ze zullen deze vaak vermijden. Zo kun je gemakkelijk een barrière aanleggen rond de planten of de zaaibedden die je wil beschermen. Zo kunnen je gebruik maken van schelpengrit, fijn gemaakte eierschalen, rijnzand, kalk, zaagsel, gesteentemeel, houtas, cacaodoppen, grind, dolomiet, zwavel, kiezelwierpoeder.

 

Plant planten die slakken niet lusten

Slakken houden niet van planten met een sterke geur, zoals bijvoorbeeld oostindische kers - hysop - salie - tijm - tomaat - knoflook - achillea - aconitum - alchemilla - astrantia - calendula - cosmos - echinacea - euphorbia - hebe - tuingeraniums - lavendel - nepeta - nigella - papaver - phlomis - penstemon - primula - verbascum. Ze houden ook niet van behaarde en grijsbladige planten zoals prikneus en stachys byzantina.
Als je slakgevoelige planten tussen dit soort planten inzet, worden ze minder aangevreten.

Timing is belangrijk

Je kunt beter water geven in de ochtend. Zo zullen planten goed opgedroogd zijn wanneer de slakken in de late avond te voorschijn komen.

 

Trek jagers aan

Zorg dat natuurlijke vijanden van de slakken zich welkom voelen: plant bomen en struiken voor de vogels als lijsters, eksters, kraaien, spreeuwen en merels. Onder hopen takken en bladeren voelen egels zich prima. Leg een vijver aan voor kikkers en padden. Ongelukkigerwijs zijn dit ook manieren om slakken aan te trekken, maar dat zijn er minder dat de jagers zullen opeten!

 

En als dat allemaal niet helpt.....

 

Vangen

Leg bijvoorbeeld omgekeerde bloempotten, koolbladeren, rabarberbladeren, vochtig zeil ’s avonds op een slakrijke plaats. ’s Morgens trekken ze zich hieronder terug en zijn ze gemakkelijk te vangen. Of ga in het donker, met de zaklantaarn in de aanslag, slakken met de blote handen vangen. Vind je dit griezelig of vies, draag dan handschoenen. Of gebruik een tangetje voor suikerklontjes. Doe dit vooral in de winter, dan zijn ze gemakkelijker te vinden en kunnen ze in het voorjaar geen eieren leggen.

 

Vallen plaatsen

Slakken zijn dol op de geur van gist. Graaf bekertjes in zodat de bovenrand op gelijke hoogte komt met de grond. Deze voor de helft vullen met bier of water aangelengd met gist. Plaats, indien mogelijk, een afdakje boven de beker zodat het er niet kan in regenen (om verdunning tegen te gaan). De slakken komen dan af op de geur van de gist, ze willen ervan drinken, vallen er in en verdrinken.
Je kunt het jezelf natuurlijk ook gemakkelijk maken en kant-en-klare slakkenvallen plaatsen.


Natuurlijke vijanden inzetten

Er zijn aaltjes (Phasmarhabditis) die slakken parasiteren en doden. Ze zijn microscopisch klein en kunnen worden besteld in winkels die tuinbouwproducten aanbieden of via internet. Je krijgt dan een fles of doosje met daarin een substantie waarin de aaltjes zich bevinden. Deze kun je verdunnen en uitgieten over de bodem. De aaltjes zoeken de slakken op en parasiteren ze. De aaltjes sterven pas als ze geen nieuwe slakken meer vinden. Op deze manier ben je gedurende de hele zomer van de slakken af. Helaas werkt dit vooral goed in een afgeschermde omgeving, waaruit de aaltjes niet kunnen ontsnappen. Toch de moeite van het proberen waard.

 

Barrière

Er zijn ook pijnlijker manieren om slakken af te schikken. Doe dit alleen als de hiervoor genoemde methodes niet lukken of wanneer je gewonde ego een boost nodig heeft. Door het plaatsen van koperen ringen of koperstrips geef je slakken een electrische schok. 

 

Laatste redmiddel: slakkenkorrels

Deze kunnen we opdelen in twee groepen. Een groep die biologisch afbreekbaar is (en niet gevaarlijk voor mens en dier) en de klassieke slakkenkorrel die giftig zijn. Als je slakkenkorrels gebruikt, doe dat dan altijd met mate. De slakken komen immers op de geur af. Gebruik een gemiddelde van tien korrels per m² in plaats van ze met handenvol in het rond te strooien. Leg de korrels op de grond met een dakpan erover. Dit beschermt de korrels tegen de regen en maakt het moeilijk voor kinderen en andere dieren eraan te komen. Om dezelfde reken kunt je de korrels ook in een plastic doosje doen waar een opening is uitgesneden. Vergeet niet dat roofdieren die veel slakken eten die door de klassieke korrel zijn gestorven, daar in de winter last door krijgen wanneer hun vetreserves worden aangesproken!