Bosbes, blauwe bes, vossenbes en cranberry

 

Bosbessen, blauwe bessen, vossebessen en cranberries behoren alledrie tot het geslacht Vaccinium en zijn familie van de heide. Ze voelen zich het beste thuis op vochtige, zure en venige gronden. Het telen van deze vruchten is beslist niet gemakkelijk. Avontuurlijke tuinkabouters willen het misschien wel eens proberen, zeker als ze op veengrond tuinieren.

 

Bosbessen

De gewone bosbes (Vaccinium myrtilus) is een bekende plant die in onze bossen voorkomt en tot 50 centimeter hoog kan worden. Het is een bladverliezend dwergstruikje. Hij groeit meestal op zanderige en veenachtige gronden en heidevelden. De blauwzwarte, berijpte bessen hebben een roodachtig sap. De bosbes wordt slechts zelden in cultuur aangetroffen en al helemaal niet commercieel gekweekt. 

 

Blauwe bessen

  • De Amerikaanse blauwe bes (Vaccinium corymbosum) wordt wel commercieel en in moestuinen geteelt. In de loop van de tijd zijn door selecties en kruisingen verschillende vormen verkregen en ontwikkeld tot de huidige cultuurrassen.
  • Blauwe bessen hebben een vochthoudende en zure grond nodig. Droogtegevoelige gronden zijn ongeschikt. Je kunt de grond wel verbeteren. Met turfmolm maak je de grond veniger, zodat de natuurlijke situatie zo veel mogelijk wordt nagebootst. Is de zuurgraad niet hoog genoeg, dan zullen de bladeren geel worden en komen er geen vruchten.
  • Jonge planten zworden in pot opgekweekt en zijn overal verkrijgbaar. In de jeugdfase is de blauwe bes een langzame groeier. Het is beter de eerste drie jaar de plant geen vruchten te laten voortbrengen.
  • Uiteindelijk kan de plant uitgroeien tot zo'n 1,5 tot 2 meter. Regelmatig snoeien geeft grotere bessen en een beter evenwicht tussen groei en vruchtbaarheid. Snoei je niet jaarlijks, dan blijft meestal de productie goed, maar de bessen worden kleiner. Indien na enkele jaren de groei vermindert, dan kan je eens goed terugsnoeien, zodat de groei opnieuw bevorderd wordt. Snoeien doe je door het oude hout weg te halen, zodat het jongere beter kan groeien. 
  • Blauwe bessen kun je leiden, het liefst in waaiervorm:

 

  • In principe kunnen de planten zichzelf bestuiven, maar kruisbestuiving (een andere variëteit in de buurt planten) geeft een hogere opbrengst. De bloemen kunnen lichte nachtvorst verdragen maar moeten bij meer dan vijf graden vorst worden beschermd.
  • De oogsttijd is afhankelijk van het ras en strekt zich over meerdere weken uit. De bessen zijn niet tegelijkertijd rijp en kunnen dus met tussenpozen worden geplukt.

Vossenbessen

  • De vossebes (Viccinium vitis-idaea) is een 10-15 centimeter hoog groeiend, groenblijvend, dichtvertakt dwergstruikje. De Duitse naam Preiselbeer is ook in Nederland meer gangbaar.
  • Ook de vossebes vraagt een kalkarme, zure grond. Dit kun je bereiken door flink wat veen of turfmolm door de grond te mengen. Hierdoor bereik je ook dat de grond het vocht beter kan vasthouden. De plant heeft een zeer beperkt wortelgestel en wortelt oppervlakkig. Mulchen is daarom geen overbodige luxe.
  • De plantafstand is 20-30 centimeter. De planten staan graag onder bomen of in de halfschaduw.
  • De bessen smaken wrang (net als cranberries) maar er kan lekkere compote of gelei van worden gemaakt.
  • De vossebes bloeit in de voorzomer, maar vaak volgt er in de nazomer nog een tweede bloei. Bestuiving vindt plaats door insecten. Bij lagere temperaturen zijn deze minder actief. Na een koud voorjaar zullen er dus minder bessen zijn.  

 

Cranberries

  • Cranberries, ook wel veenbessen genoemd, voelen zich het beste thuis op vochtige standplaatsen. Het wortelgestel ontwikkelt zich dan beperkt en dring slechts enkele centimeters diep de bodem in, waarschijnlijk ook omdat er in de diepere delen te weinig zuurstof aanwezig is.
  • Cranberries kunnen in bedden worden geteelt. Deze zijn circa 50 centimeter breed en een paar meter lang (mag natuurlijk ook korter). De percelen dienen in hun geheel te zijn omgeven door kleine dijkjes, om de grondwaterstand te kunnen regelen.
  • Cranberries hebben in de zomermaanden veel te lijden van droogte. Tijdens de groeiperiode is een natte en vochtige bodem gewenst. Tijdens de oogst zet men wel eens de bedden onder water. De bessen blijven dan drijven en kunnen gemakkelijker verzameld worden.
  • De bessen smaken wrang maar er kan lekkere compote of gelei van worden gemaakt. De rijpe vruchten kunnen lang bewaard blijven. In de koelkast vier tot zes maanden.